Algemene bibliografie

Mircea Horia Simionescu | December 01, 2008
Translated by: Jan Willem Bos

 

Algemene bibliografie

Orlando sabena: Met Luther op de vork – Uitgaande van de versregel van V. Alecsandri ‘Met Niniţa in de gondolette’ zet Orlando Sabena een wijdlopig verhaal neer, waarin enkele honderden personages optreden die in een felle strijd om een erfenis verwikkeld zijn. Vervuld van haat verdringen de mensen zich rondom de begeerde rijkdom, ze stoten elkaar aan, vleien elkaar, marchanderen, sluiten vriendschap, vervolgens trappen ze op elkaars teentjes, raken geïrriteerd, ruziën, duwen, knijpen, spuwen, krabben, scheuren elkaars kleren aan flarden, gaan met elkaar op de vuist. Een gigantische rondedans, in vergelijking waarmee het voorwerp van geschil in het niets valt. De rondedans degenereert en loopt uit op een bloedig handgemeen, te midden waarvan, op het gras, aan stukken gereten, gekleed in een flanellen onderbroek, met blauwe ogen en onder het bloed, meneer Negatif achterblijft, een getalenteerde jonge bioloog, die in het stadje aanwezig was om het vliegje van de soort Antrax petullia te bestuderen, dat ook bekend staat als de zuurvlieg. De erfenis – nergens te bekennen.

            De romanschrijver probeert deze te achterhalen, maar geeft er de brui aan. Een auteur die het zich permitteert om de zaken op hun beloop te laten, zonder de grootte van de panden in kwestie te beschrijven, zonder de voornaamste in goud omzetbare waarden op te tekenen, zonder informatie te verschaffen over hypotheken en huurders e.d., komt op mij over als iemand die niet serieus kan worden genomen. Het boek heeft in 1934 in Venetië een prijs gekregen, maar dat duidt op een desinteresse voor de nationale materiële waarden van de kant van de jury. Opmerkelijk is de omslag van het boek, van fijn rubber dat gemakkelijk afwasbaar is, met een beetje zeep en lauw water, afgespoeld en vervolgens afgeveegd met een zacht doekje, twee of drie keer. (Uitgeverij Lombardi, Rome, 1940.)

 

            NATALIA SINNA: De glazen wandluis. Verhalen. (Uitgeverij Paramount 60, Chicago, 1962.)

 

            MYRON CHEVALIER: De missie van mevrouw Sachelarie in de Amerikaanse literatuur – Ofschoon aan het begin van de eeuw de bijdrage van mevr. Marioara Sechelarie, geboren Mătăsăreanu, aan de ontwikkeling van de Amerikaanse literatuur vrijwel totaal onbekend was, is dankzij de talloze, doorwrochte studies die in het afgelopen decennium zijn verschenen, dit vraagstuk glashelder geworden. Het is bekend dat, vóór 1840, de grondlegging van een literatuur een kwestie was die in Amerika niet aan de orde werd gesteld. Alles wat er tot op dat moment was geprobeerd in de romankunst en op het gebied van toneel en poëzie kon geen eeuwigheidswaarde hebben, aangezien de verschenen werken geschreven waren door particulieren die zich hadden laten leiden door kleingeestige belangen en toevallige gevoelens. Er moest een grondslag worden gelegd voor een moderne, snelle, comfortabele literatuur, met hydraulische remmen en richtingaanwijzers. Wie durfde het aan? Overal waren aarzelingen waar te nemen. Er werd individueel geaarzeld, er werd in groepsverband geaarzeld. Toen nam iemand een besluit, het was een vrouw. Het was een vrouw uit het verre Roemenië, die op dat moment niet eens kon bevroeden dat zij de grondlegster van de Amerikaanse literatuur zou worden. Het was Marioara Sachelarie uit Găeşti, dochter van de eerbiedwaardige vader Matei Sofronie Mătăsăreanu. Zonder zich door tegenslag uit het veld te laten staan, maar met medeneming van een koffer met leeftocht en schone kleren, stak Marioara met gezwinde spoed de grote plas over en ging aan de slag. Chevaliers boek, dat behoort tot de best gedocumenteerde werken met betrekking tot deze problematiek, verhaalt van feiten en gebeurtenissen die aantonen hoe vruchtbaar voor de Amerikaanse literatuur de aanwezigheid van de Roemeense is geweest, die zich, als iedere ontvankelijke geest, soms zelf ook laat bevruchten. Het moeilijke moment was gepasseerd. Wat er na haar dood kwam, is ongetwijfeld minder moeizaam verlopen. Al gauw verschenen verlichte geesten, van Wallace en Poe tot Caldwell en Hemingway. Wellicht hebben sommigen van hen zelfs meer gepresteerd. Maar iemand was de strijd met de problematiek aangegaan, en wie dan wel niet? Een vrouw. ‘Onze generatie is haar erkentelijk,’ verklaarde radio Alaska in een recente uitzending. (Collectie ‘Brandenburg’, Texas, 1959.)

 

            ALIN RICHTER-NORDAU: Verhalen met mayonaise – Uit de al te talrijke verhalen van de grote verteller zijn alleen ‘Zeehonden en zeppelins’ en ‘Elektriciteit op 60 meter’ uitgekozen, hoe dan ook niet de meest tijdloze werken van de meester. ‘Richter-Nordau, een schrijver van niks, staat me tegen,’ schrijft Gym Pampass. ‘Was hij niet degene die de emancipatiebeweging van de kosters heeft gedwarsboomd, waardoor die arme mensen gedwongen waren zich tot de vakbond te richten?’ ‘Toch is Nordau een genie, lees zijn teksten maar!’ luidt de aansporing van H. Descamps in Lit. Gesch. ‘Ik peins er niet over hem ter hand te nemen!’ roept Pampass in een artikel uit. ‘Als een schrijver een streek uithaalt, neem ik gelijk afstand van hem en negeer ik verder tot in den eeuwigheid!’ ‘Wat doen we dan met Petrarca, die zijn schuldeisers regelmatig bedroog?’ ‘We laten hem in zijn sop gaarkoken, de kritiek heeft geen verplichtingen!’

            ‘Na Dostojevski ken ik geen diepzinniger schrijver,’ schrijft Giovanni Strepto in het hoofdstuk dat hij aan hem wijdt in de Encyclopedia Britannica. ‘De Engelsen hebben nooit criteria gehad,’ reageert Gym Pampass na het hoofdstuk in vertaling te hebben gelezen. (Uitgeverij Progress, Oslo, 1828.)

 

            RALPH JACOB TRASCOUNT: De onderzeeboot van deeg – Roman in twee delen. Nog afgezien van de talloze zetfouten wemelt het boek van de banaliteiten in de trant van: ‘Als u, tegen uw gewoonte in, op een ochtend om drie uur wakker zou worden en naar de hemel zou kijken en dan vervolgens de eerste de beste trein zou nemen naar het einde van de wereld en toch op de tweede halte zou uitstappen, om de zon de kans te geven ergens op te komen, als u hem recht aan zou kijken en midden op het veld, tussen de klaprozen en de madeliefjes, de rol van de gek zou spelen in een willekeurig toneelstuk met gekken, vervolgens zou afreizen in noordwestelijke richting, want een feilloos richtinggevoel is uw dominante kenmerk, en u een praatje zou maken met de eerste de beste boer die u tegenkwam, die stellig honderd jaar oud was, en vervolgens met een op het verkeerde pad geraakte vrouw die vastbesloten was u te helpen een grote loopbaan mis te lopen, en u, tenslotte, de bergen zou beklimmen, die zich als een enorme kat op hun buik lieten vallen, en de overkant zou bereiken, waar wellicht de nacht die u nooit eerder heeft gezien u zou opwachten, een nacht zonder elektriciteit, zonder bed, met achteruitversnelling, zonder geschilderde sterren, de nacht waar ik het wel vaker met u over heb gehad?

            Als u later, nadat u was afgedaald in de diepste duisternis en was gestuit op vogels en vissen die op dezelfde plaats leven, te midden van plantengroei van klamme pluche en tussen de gordijnen van muziek met twee fluiten en cimbalen, zin had om naar huis terug te keren en u, als u weer in de woonkamer was, net als vroeger weer voor de televisie ging zitten, zou u dan zich dan niet kapot lachen en zou u zich niet schamen voor uw buishangen, voor de verbinding die bestaat tussen uw zenuwstelsel en kanaal 13, voor de overdaad aan reclame die u te verstouwen krijgt, die u vrijwillig heeft geslikt en die uw enige geestelijke bagage vormt, welke onophoudelijk, dag en nacht, ook aan de anderen wordt doorgegeven?

            En als alle dingen die zich rondom u bevinden u zouden uitlachen, zouden schaterlachen, kameraadschappelijk, plezierig, totdat het glas dat op tafel staat zo vrij zou zijn om te barsten en de scherven op het tapijt zouden springen en de overige bewoners van het huis, geschrokken, niet zouden snappen wat er wat gebeurd, haastig hun toevlucht zouden nemen tot een detectiveroman, terwijl u maar al te goed wist dat er precies is gebeurd wat er had moeten gebeuren?’ (Uitgeverij Teo Reder, Wenen, 1958.)

 

            MARIUS HOLST: Het enige wat Roderigo vasthoudt, is water – Er wordt ons een experiment voorgesteld: in de wetenschap dat er heel veel mensen op de wereld zijn die zich inbeelden dat ze een talent bezitten dat ze in werkelijkheid niet hebben, wordt er een voorbeeld gegeven genaamd Roderigo, tenor, en wordt een aansporing gedaan om te zingen. Hij zingt een week, hij zingt een jaar. Er wordt geconstateerd dat zijn lichaamsgewicht afneemt, dat het voorheen krachtige lichaam uitdrogingsverschijnselen vertoont en dat er niets is overgebleven dan wat schilletjes die gemakkelijk door de wind worden verstrooid. De verklaring luidt als volgt: het individu bestaat niet, louter een concentratie van water kan geen persoon tot stand brengen, ondanks alle gedebiteerde pretenties en in weerwil van een aantal contracten met handtekening en paraaf. Regel: iedere Roderigo bij wie de hoeveelheid water in het organisme op een constant peil wordt gehouden, kan liederen produceren, zonder dat dit iemand interesseert en zonder dat dit een negatieve invloed op zijn volume heeft. (Uitgeverij Ra, Cairo, 1952.)

 

            Mateo sentembrini: Catalogus van hedendaagse dromen – Beseft u wel hoe interessant het zou zijn als althans één op de tien nachtelijke dromen door een wonder consistentie zou krijgen? Dan zouden we nog een universum op aarde hebben, zo niet nog anderhalf. We zouden in de zoeker van de fotocamera twee Greta Garbo’s vangen, er zouden twee Vijfde Symfonieën in onze oren klinken, er zou, net als op scholen met parallelklassen, gewerkt worden met B, C, D enz. We zouden ondraaglijke kreten opnemen op een bandrecorder. (Motto en argument van het boek.) ‘Het minste van de boeken van de ongeëvenaarde kunstenaar van het woord die M. Sentembrini was. Waardevol is misschien alleen het uitgangspunt. De behandeling ervan is van een armoedigheid die droevig stemt. De stijl – bedorven,’ schrijft Jean Felix Galor in Les livres, dec. 1960. (Flammarion, Parijs, 1959.)

 

            NICOLAUS REMBRANDT: De filosofenkrijg – In het jaar 1928, aan het begin van de herfst, barstte er in het noordoostelijk Middellandse Zeegebied een felle oorlog los tussen de plaatselijke filosofen. Het geschilpunt: Plato had Democritus tegengesproken in het vraagstuk van de commensurabiliteit van de ruimte, en hij had dat nogal uit de hoogte gedaan, een houding die door zijn tegenstrever als arrogant werd aangemerkt. De pythagoreeërs kwamen tussenbeiden als bemiddelaars, maar hun actie ontbeerde overtuiging. In de eerste drie, nogal saaie, hoofdstukken van het boek worden de oorzaken van het conflict uiteengezet – de strijd tussen traditionalistische topografen en empirische topometers, waarbij de spanning hoog opliep. Vijf andere hoofdstukken bevatten informatie met betrekking tot de voorbereidingen die de kampen troffen. De Eleaten worden er bijvoorbeeld op betrapt dat ze het sleutelgedicht uit hun hoofd aan het leren zijn terwijl ze aantekeningen maken op kladblokken van velijnpapier. Het laatste hoofdstuk, het meest geslaagde – de eigenlijke strijd tussen de filosofische legers –,  is Rembrandts meesterwerk. Nadat is uiteengezet hoe de conflicten zich hebben uitgebreid langs de hele centrale Adriatische zeekust en, door toedoen van kolonisten, zijn doorgedrongen tot in Skythië en zuidelijk Germania, wordt ons de strijd beschreven met de vaardigheid van een Xenofon. De strijders open het vuur. In plaats van te schieten met granaten, sturen zij elkaar opvattingen en oordelen van gemiddeld kaliber, 101 mm-aforismen met vertraagde ontsteking, waarbij Periander, Pherecyde en Theopompus op bewonderswaardige wijze het geschut richten. Vliegtuigen werpen ronde, goed gepolijste waarheden af. Op open zee, voor de Adriatische kust, wordt een vliegtuigschip tot zinken gebracht met behulp van mijnen die zijn vervaardigd uit het perkament van middeleeuwse verhandelingen. De mitrailleurs schieten met monaden, het luchtafweergeschut vuurt ratelend fragmenten uit de redevoeringen van de sofisten af. De grote veldslag bij Samosata wordt door Rembrandt beschreven met een kundig gevoel voor effect: ‘Bij de uitroep van Plato vanaf een kanteel: “De wereld is een illusie”, houden de uitwaaierende rangen van de vijanden niet langer stand, ze dunnen uit, overal vallen doden en gewonden, die ter plekke uitermate overtuigende morele uitspraken doen.’ Maar de vijand zet met pantservoertuigen de tegenaanval in. ‘Politiek’, op ‘Retoriek’-rupsbanden met acht vuurmonden, ‘Meteorologie’, ‘Metafysica’ zaaien angst onder de soldaten die starre posities blijven innemen. Van een Duitser kopen de neoplatonisten een geheim wapen, ‘Dialectiek’, dat ze in werking stellen. De vijand protesteert met een beroep op het Verdrag van Genève en dreigt met represailles: er zullen stikgassen en behaviorisme worden ingezet. John Locke, Berkeley, de encyclopedisten en Spinoza werpen zich in de strijd, samen met Auguste Compte en Aleksandr Papanin, auteur van een totaal origineel filosofisch stelsel. Bewonderenswaardige, homerische scènes. De wapens lijken maar niet te zwijgen. Maar de wapenstilstand van een uur, voorgesteld door J.P. Sartre, wordt, door het uitzichtloze compromis dat het biedt, een grondslag voor het maken van afspraken die later de vrede zullen garanderen. De legers trekken zich terug naar hun bases, de filosofen op de planken. Er zal geen oorlog meer zijn zolang de bibliothecarissen de boeken in goede orde zullen bewaren, achter slot en grendel. (Uitgeverij Cerc, Parijs, 1930.)

 

            AURELIO MERCANTILE: De schoonheden – In meer dan driehonderd pagina’s toont de auteur aan dat de schoonheden niet degenen zijn die de theaterzalen opluisteren, noch degenen die in een dijnende beweging over de grote boulevards glijden en de namiddagrust van de voorbijgangers verstoren, noch degenen die werken in laboratoria, op kantoren, in farmaceutische fabrieken, blank, mollig, met glinsterende ogen, met kattenstapjes over de vloer schrijdend. De schoonheden zijn ook niet de vrouwen die achter het stuur zitten, de reizigsters in de trein, de bezoeksters van de paardenkoersen. De schoonheden zijn anderen, ergens anders, iets anders, andersoortig. Er wordt een hypothese gelanceerd op grond waarvan de plaats, vorm, afmetingen, bezigheden, voorkeuren en intellectuele en lichamelijke mogelijkheden van de schoonheden bepaald kunnen worden. (Uitgeverij Gardian, Genève, 1934.)

 

            Gabriele hansA: De nederlaag van de Fransen bij Bowling (1826) – Een van de bloedigste veldslagen in de Franse geschiedenis is de slag bij Bowling (1826) geweest. Onderzoekingen van historici, waarbij wel het exacte aantal doden en gewonden is vastgesteld, hebben vooralsnog niet kunnen aantonen tegen wie de Fransen toen hebben gevochten, om welke reden en hoe de vijandelijkheden zijn afgelopen. Uiteraard moet er na die oorlog vrede zijn gesloten, ten minste voor enkele jaren, tot aan de slag om Hernani (1830).

 

            HANS FREGATA: Het vaststellen van de mate van abstractionisme bij zuigelingen – De resultaten van het door het laboratorium voor abstractionisme van de Universiteit van Hamburg uitgevoerde onderzoek. Een nadeel van de in de verhandeling voorgestelde procedure: de onderzoeksobjecten overleven het niet. (Orienta, Hamburg–Leipzig, 1956.)

 

            Wolfgang APUD: Opperste ontrouw. Roman – Een uiterst gesetteld man, Robert Y., is sinds enige tijd nogal uithuizig. Het is bekend dat hij verliefd is geworden op een knappe actrice. Zijn collega’s maken hem verwijten. Omdat hij zichzelf niet kan begrijpen wanneer hij tot de ontdekking komt dat hij tegelijkertijd van zijn vrouw en van zijn minnares houdt, vermagert hij en wordt hij ziek. De diagnose: schizofrenie. Alles blijft zonder drama’s verlopen. Binnen zijn gezin brandt de vlam van de liefde blauw, naast zijn geliefde – een levende, rode vlam. Sinds enige tijd verwaarloost zijn vrouw, die zich op de beeldhouwkunst heeft geworpen, het huishouden. Robert vindt steeds vaker stof op het meubilair. Hij krijgt last van allergie, wat hem demoraliseert en zijn eerdere ziekte verergert. Op een ochtend vlucht hij weg van huis. Zijn vrouw is ervan overtuigd dat hij bij zijn minnares op bezoek is, ze gaat naar haar toe en trapt een vreselijke scène. Robert stuurt haar echter een brief uit een ver stadje, waar hij een baan als chauffeur heeft gevonden. Hij is vastbesloten om pas terug te keren wanneer hij, na het ganse land van noord naar zuid en van west naar oost te hebben doorkruist, gewend is geraakt aan stof. (Uitgeverij Felix Mendelssohn-Bartholdy, Hamburg, 1954.)

 

            DOMITO HEIMEYER: Textiel en onzekerheid – ‘Uitstekende roman, sentimenteel en patriottisch, met bladzijden naar de smaak van de vorige eeuw, met goed gelukte typetjes’ (Glaba Marcetti in Le courier). (Uitgeverij Flammarion, Parijs, 1936.)

 

            RODERIGO SOLWEIG: Eenzaamheid – Over twee juffrouwen die verdwaald zijn op een eiland. Hun dramatische wederzijdse zoektocht. Wanneer ze elkaar tenslotte vinden, stokt bij een van de twee de adem en moet ze naar het ziekenhuis worden overgebracht. Een arts wordt verliefd op haar en vraagt haar ten huwelijk. De vriendin, die haar een dergelijk lot benijdt, vertrekt naar India. Haar omzwervingen door de jungle – zeer spannend. De episode van het doden van de cobra – groots. De arts wordt uitgezonden op een expeditie, eveneens naar India. Zoektochten, onzekerheden. De juffrouw, die van hem houdt, vergeeft hem niet, want ze koestert een wezenlijke, geplande haat tegen iemand die gelukkig is. Ze beloert hem en vernedert hem. Er verschijnt een kardinaal. Deze brengt de arts het bericht dat zijn echtgenote bij een ongeval om het leven is gekomen. De twee nemen het vliegtuig terug naar Europa. De arts krijgt al gauw een hersenbloeding en raakt verlamd. Toewijding en wanhoop. De juffrouw wijdt zich aan de verzorging van de arme patiënt. Ze sticht een klooster. Organiseert een ziekenhuis. Bouwt een apparaat om de nawerking van de verlamming te bestrijden. Neemt het initiatief voor een bibliotheek. Geeft concerten (ze heeft een schitterende stem), zamelt geld in, opent een marmergroeve in Zweden. Zakenreizen. Ze onderhoudt de helft van de manschappen van het koloniale leger in de stad Algiers en biedt gratis educatieve films aan voor scholieren op kostscholen. Na haar vroegere eenzaamheid ziet ze zich nu omringd door duizenden vrienden. Ter afsluiting: een lofzang op de menselijke bedrijvigheid en de geneeskunde. (Uitgeverij Ivoorkust, Cairo, 1938.)

 

            SIMON GABRIEL: Achter het front. Poëzie – Een tamelijk interessante poëtica, doch gespeend van kracht en armoedig in zijn ideeën. ‘De dove en bittere pijn die ons verbindt / Wordt op één enkele viool vastgepind’ zijn gekunstelde verzen. Het is trouwens ongepast om smaak- en klanksensaties in één beeldspraak te gebruiken. ‘Diaken Iachint is het droef te moede / En hij heeft gelijk gevaren te vermoeden / Ofschoon hij dief en rover is in Christus’ naam, / Zagen zijn broeders hem veeleer voor timide aan’, uit een ander gedicht, is in feite puur proza. (Ik heb niet de hele bundel kunnen recenseren omdat de bladzijden van het boek loszitten. Op p. 18 tref ik bijvoorbeeld het volgende aan: ‘L’otite moyenne se propage assez souvent aux cellules mastoïdiennes, mastoïdite, celle-ci est caractérisé et surtout provoquée par la pression locale, par la rougeur derrière l’oreille et quelquefois pas de l’œdème.’ Ik neem aan dat dit fragment, gezien het feit dat het in het Frans is, geen deel uitmaakt van de bundel. (Uitgeverij Salpetro, Genève, 1960.)

 

            SALVADOR MARCA: Grotschilder – Over de hebbelijkheden van een schilder-ontdekkingsreiziger die onderzoekers in de maling neemt door ’s nachts jachttaferelen op de wanden van grotten te schilderen, zodat specialisten deze de volgende ochtend geestdriftig kunnen ontdekken. Dit is het toppunt van bevrediging voor de schilder, die erin slaagt tentoongesteld te worden in het British Museum, in Zaal II, de zaal van de ‘grotkunstenaars’. (Uitgeverij Solex, Graz, 1919.)

 

            MAJOOR GRIGORE TAŞCĂ: Morele uitgangspunten bij de oprichters van de fanfare van regiment 95 infanterie – Olt – Diepgaande studie. (Uitgeverij Vrijwilligers des Vaderlands, Piteşti, 1938.)

 

            ION GABRIELESCU: De verspreiding van langstaartige kinderen in de sub-Karpathische regio. Studie – Werk onderscheiden met de ‘Grigore Antipa’-prijs van de Roemeense Academie. (Boekarest, 1910. Getypte brochure.)

 

            SANDRO BASTARDI: Levenslange constipatie en de instandhouding ervan. Kritische studie, met een voorwoord van N. Iorga – Sandro Bastardi is werkzaam geweest in een biologisch laboratorium in Boekarest. Hij is gemakkelijk overgestapt van biologische studies op de literatuur, waarmee hij de aanzet gaf tot een grootschalig overlopen van technisch en wetenschappelijk geschoolde intellectuelen in Roemenië naar de kant van de literatuur, wat een leegloop in de industrie en de gespecialiseerde laboratoria tot gevolg heeft gehad. Hij heeft zich in het bijzonder beziggehouden met de activiteiten die zijn ontplooid door de dichters Nicu Şopârlă, Vasile Panaitescu, Nistor Motâlcă, de romanschrijvers Grigore Grădişteanu, Petre Vasilescu-Rădăuţi en Jean Bunescu, die hij heeft uitgeven, wier uitgaven hij heeft bezorgd, over wier literaire activiteiten hij artikelen heeft gepubliceerd. Door zijn wetenschappelijke ontdekkingen toe te passen op de literatuur, heeft hij vastgesteld dat, van alle biologische inspanningen, het stuiten van de dikke darm bij zijn exclusieve nijgingen de meest vruchtbare is. Het bloed dat uit de bloedvaten in de darmwand wordt weggedrukt, beladen met gassen, dat wil zeggen met de meest subtiele verschijningsvormen van de materie, stijgt naar het hoofd en brengt de meest onverwachte associaties teweeg, productieve congesties, die op onvoorziene wijze een meesterwerk tot stand kunnen brengen. De auteur gaat nog een stap verder. Hij geeft aan in zijn studie, die is opgenomen in het boek, ‘Preromantische ideeën bij onze plattelandsschrijvers’ welke levensmiddelen langdurige constipatie veroorzaken: brood in grote hoeveelheden, aardappelen, vleesconserven, tuinbonen en koek, die in het bijzonder worden aanbevolen voor prozaschrijvers, in de hoop dat zij, in de daaropvolgende jaren, de roman van de eeuw kunnen produceren. In een ander hoofdstuk getiteld ‘Bloedarmoede en de vaatstoornissen bij literaire critici’, keert Bastardi zich fel tegen het ondoordachte gebruik van laxeermiddelen en vers fruit, die hij beschouwd als stoffen die schadelijk zijn voor de verdere ontwikkeling van onze literatuur. (Uitgeverij Socec, Boekarest, 1932.)

 

            HANIBAL LAMPETWALK: Drinkgelag met glycerine – Dit zeer geslaagde, overtuigende en scherpzinnige verhaal bewijst dat niets dat van waarde is in deze wereld onbekend blijft en dat de mensheid zelfs in tijden van zogenaamde regressie evolueert. Als voorbeeld wordt het geval van Spanje aangevoerd. (Uitgeverij Orbius, Krakow, 1953.)

 

            LOLA CENTOMILLA: De status van muis. Roman. (Uitgeverij Palmier, Lyon, 1958.)

 

            ALVARO GALION: Wie heeft de klok geslagen? – Deze vraag wordt iedere bladzijde indringender, aangrijpender, hoewel het nog niet duidelijk of de klok klappen heeft gekregen, zoals een van de personages beweert, of gewoon is vastgenageld, met verknoopte wijzers, zoals de detective beweert. Veelbetekenend is de verschijning, op het moment dat de situatie zeer onoverzichtelijk wordt, van een koekoek. Nu wordt duidelijk het de klok een pendule was en dat het slaan ervan ernstige gevolgen had. Een boek dat bewijst dat een lezer zich, tot zijn schande, kan laten meeslepen door avonturen die verstoken zijn van verheven ideeën. ‘Wie in dit schrijfsel geen aanval op Hollywood ziet, op de films en de grappen die Hollywood voortbrengt, is ziende blind.’ (Uitgeverij Pax vobiscum, Napels, 1939.)

 

            SALVATOR VEGA: Leven en activiteit van Fox Therrier – De nadruk waarmee de vermaarde Salvator Vega in zijn boek terugkomt op de manier waarop Fox Therrier zijn kleren in zijn hangkast opbergt, de details met de betrekking tot de plaatsing van de kapstok in de kamer, de kwaliteit van de wasknijpers – dat alles werpt een nieuw, interessant licht op een tot nu toe weinig bekend hoofdstuk van de literatuurgeschiedenis. (Uitgeverij Salamandre, Zagreb, 1902.)

 

            ANDREA GALLUPI: Over het nut van concrete observatie gevolgd door De openhartigheid van een val op het ijs – ‘Als je voor het slapengaan niet enkele ogenblikken hebt waarin je de grootste historicus ter wereld wordt, kun je jezelf als verloren beschouwen’ (Arch. M. Goethe). (Uitgeverij Gebroeders Rogers, Ithaca, 1929.)

 

            ANTONIO GOVERNALLY; Noöcratie – Op het Antilliaanse eiland Gamma bestaat al meer dan vijfhonderd jaar een perfect functionerende noöcratische regeringsvorm. De geleerden hebben in 1428 de macht gegrepen en hebben een parlementair stelsel van de meest geavanceerde soort vervolmaakt. Hier dient vermeld te worden dat het eerste besluit van de nieuwe regering de uitvaardiging van de ‘Accoladewet’ (1429) was, op grond waarvan nachtelijke activiteiten werden verboden. ‘Iedere verborgen activiteit,’ verkondigde het eerste artikel, ‘is terug te voeren op de afwezigheid van zonlicht en is derhalve onmenselijk.’ In de daaropvolgende dagen vond, om de daad bij het woord te voegen, een slachting plaats onder de troubadours, dichters, lantaarnopstekers, bakkers, courtisanes, zeelieden die niet snel genoeg voor anker gingen, schrijvers (voor wie de dag nooit volstond), welwillenden, nieuwsgierigen en, over het algemeen, iedereen die probeerde op te vallen door een nachtelijke activiteit of door een straatlantaarn.

            Er ontstonden ook misverstanden: Mario Sogra werd gedood omdat hij om middernacht een weg overstak, terwijl hij op dat moment zijn vrouw aan het slaan was. De man was onschuldig, wat wordt gestaafd door het feit dat hij blind was. Francesco Tinoya werd een kopje kleiner gemaakt omdat hij bij de autoriteiten aangifte had gedaan van het feit dat een buurman van hem dagelijks een pannetje met zemelen kookte. Hem werd duidelijk gemaakt, nadat hij echter aan de pelmachine was overgedragen, dat het van belang is dat ieder mens naar hartelust zemelen mag koken of mag weggooien.

            Een andere wet verbood het groeten, omdat ervan werd uitgegaan dat er hier sprake was van iets dat werd ontvangen en dadelijk werd teruggegeven, hetgeen niet te ontkennen valt. Dat was overduidelijk verspilling: een beschaafde maatschappij kan zich een dergelijke luxe niet veroorloven...

            Een andere wet, tenslotte, bepaalde dat een gezamenlijke rondedans van jongens en meisjes de enige manier was om een luchtje te gaan scheppen. De rondedans, die in 1821 was afgeschaft wegens een tekort aan muzikanten, werd in 1926 opnieuw ingevoerd, tegelijk met de opkomst van de radio en de telegraaf met versterkers. Sindsdien vinden wandelingen, ontmoetingen en gesprekken plaats in kringvorm, tussen verschillende deelnemers, van rechts naar links, waarbij men er alleen voor dient te zorgen dat met de schouder wordt verhinderd dat geliefden elkaar kunnen naderen en naast elkaar terecht kunnen komen. (Vrienden die dezelfde ambitie vertonen, geven het eerder op.)

            Omdat de gemeenschap van de noöcraten in de Antillen verstoken is van kinderen, die ervan hebben afgezien nog ter aarde te komen, geeft ze overdreven veel uit aan de invoer van dit product. Tabak is betrekkelijk goedkoop. (Uitgeverij Soriente, Santiago, 1959.)

 

Phormic phormidable: Verzameling beledigingen ten behoeve van bazen (Uitgeverij Azur, Frankfurt a/Main, 1933).

 

            SANDU NEAJLOV: De stoomboot Tănăsescu – ‘Je kunt een gat in de hemel maken, maar niet in de stoomboot Tănăsescu’ (Gabriel Popovici-Bolintin).

 

            MARIANA GIRARDI: De kunst van Spiridon van der Welde – Deze waardevolle bibliografie gaat vergezeld van dertig reproducties van de bewonderenswaardige doeken van de grote Roemeense schilder. Helaas ontbreekt het bekende schilderij Viering in Răcari – uit het Museum van Găeşti – van een ontroerend realisme, waarin op de voorgrond twee naaimachines staan afgebeeld. Om een levensechter indruk te geven, heeft de schilder een gat in het doek geknipt waar hij een stuk zijde doorheen heeft gestoken, dat door een achter het schilderij verborgen werknemer op en neer wordt bewogen, zodat onze blik wordt getrokken naar de details van het naaien en de beweging van de kleermaaksters. Dit gaat de hedendaagse mogelijkheden van de reproductietechniek te boven. (Uitgeverij Pro Arte, Luik, 1958.)

 

            PETRE P. POPESCU: Regelgeving voor kloostermaagden – Zonder een [doorgehaald woord] gedrag worden kloostermaagden werktuigen van buitenlandse mogendheden die hen uit... [rest van het woord ontbreekt], door hen te betrekken bij... [ontbreekt een regel] die nogmaals schitterend blijken te zijn. Er is sprake van dat ze worden opgenomen in het concern Morgan, waar bepaalde hoge vaderlandslievende ambtenaren bezwaar tegen maken, met name [ontbreken twee namen], Alex. Lambrior, Vasile Conta, Stratulat [rest van aantekening ontbreekt]. In conclusie... (Zie ‘Wet op de verhoging van de uitkering van bepaalde categorieën gepensioneerden’). (Gedrukt bij ‘Univers’, Boekarest, 1936.)

 

About this issue

This July, The Observer Translation Project leaves its usual format to present a special CRISIS ISSUE. Things are tough all over. Hard Times suddenly feels like the book of the moment. The global economic crisis impacts life as we know it, and viewed from Bucharest the effects reverberate in domains that include geo-politics and publishing in Romania and abroad, with the crisis at The Observer Translation Project as an instance of a universal phenomenon. read more...

Translator's Choice

Author: Stelian Tănase
Translated by: Jean Harris

From Maestro: A Melodrama. Episode 7

Emiluţa has an unfortunate thought. She’ll throw herself off the top of the building. Why? What the fuck? Let’s say for the cause of PeaceonEarth, for the slumdogs, Europe, for the lonely. Which is to say she doesn’t have a ghost of a reason. Viva Walachia! The way things stand, if ...

Translator’s Note
Translator’s Note: a synopsis
Author: Ştefan Agopian
Translated by: Ileana Orlich

How I Learned to Read (from Tache de Catifea / The Velvet Man)

The bearded man was the owner of an apothecary shop where he worked with two apprentices. Nobody paid me any mind, so I spent all day in what was supposed to be the shop. I say this because it was a large, dark room full of odors—a mix of smells from everywhere. The room hadn’t been cleaned ...

Translator’s Note
Re: Learning to Read, from Tache de catifea / The Velvet Man
Author: Gabriela Adameşteanu
Translated by: Patrick Camiller

Wasted Morning - Napoleon in Bucharest

“What you’ve got here is heaven on earth,” Vica says as she drops onto the kitchen chair. “But where’s your mother?” “At work,” Gelu lazily replies, leaning sideways against the door. “She’s doing mornings this week, didn’t you know?” He is tall and thin, with unset ...

Author: Petre Ispirescu
Translated by: Jean Harris

Youth Without Age and Life Without Death

It happened once as never before-y, ‘cause if it couldn’t be true, it wouldn’t make a story about the time when the poplar tree made berries and the willow tree broke out in cherries, when bears began to brawl with their tails, and wolf and lamb, unfurling their sails, threw arms around each ...

Translator’s Note
On Petre Ispirescu
Exquisite Corpse

Planned events in Cultural Agenda see All Planned Events

17 December
Tardes de Cinema Romeno
As tardes de cinema romeno do ICR Lisboa continuam no dia 17 de Dezembro de 2009, às 19h00, na ...
14 December
Omaggio a Gheorghe Dinica Proiezione del film "Filantropica" (regia Nae Caranfil, 2002)
“Filantropica” è uno dei film che più rendono giustizia al ...
12 December
Årets Nobelpristagare i litteratur Herta Müller gästar Dramaten
Foto: Cato Lein 12.12.2009, Dramaten, Nybroplan, Stockholm I samband med Nobelveckan kommer ...
10 December
Romanian Festival @ Peninsula Arts - University of Plymouth
13 & 14 November 2009. Films until 18 December. Twenty of Romania's most influential and ...
10 December
Lesung und Gespräch mit Ioana Nicolaie
Donnerstag, 10. Dezember, um 19.30 Uhr Ort: Szimpla Café Gärtnerstrs.15, ...
 
 

Our Partners

Razvan Lazar_Dunkelkammer SENSO TV Eurotopics Institutul Cultural Roman Economic Forum Krynica Radio Romania Muzical Liternet Radio France International Romania Suplimentul de cultura Radio Lynx